Vissen – een rustgevende verslaving

Het liefst vis ik met de vaste stok. Heerlijk rustig aan de waterkant zitten, turen naar een dobber die soms minutenlang niets doet en vervolgens ineens verdwijnt alsof hij een afspraak heeft op de bodem. Dan begint het grote raden: zit er een vis aan, een waterplant of ben ik opnieuw in gesprek geraakt met een stuk oud blik?

Voor buitenstaanders lijkt het misschien een saaie bezigheid. "Je zit toch alleen maar naar een dobber te kijken?" hoor ik wel eens. Maar een echte visser weet beter. Onder die dobber speelt zich een compleet drama af van nieuwsgierige voorns, brutale baarsjes en vissen die kennelijk hebben afgesproken mijn aas net niet aan te raken.

Het mooiste blijft toch: hengeltje d'r in, even drillen, visje d'r uit en vervolgens kijken welke waterbewoner besloten heeft om vandaag met mij kennis te maken. Soms is dat een prachtige vis, soms een mini-exemplaar waarvan je je afvraagt of hij niet stiekem nog bij zijn ouders had moeten blijven.

mijnvaderMijn vader was in mijn jonge jaren de grote inspirator op visgebied. Gewapend met zijn bamboehengel en later met een van de eerste holglas insteekhengels van Mitchell/Albatros trok hij er samen met zijn broers op uit. Er werd gevist bij Oost- en West-Graftdijk, in de Ringvaart van de Schermer, op de Vinkeveense Plassen en natuurlijk dicht bij huis in de Ringvaart om de Watergraafsmeer.

Van hem heb ik niet alleen geleerd hoe je een vis vangt, maar vooral hoe je urenlang kunt genieten zonder iets te vangen. Dat blijkt achteraf een minstens zo belangrijke vaardigheid.

Veel van zijn vismethoden gebruik ik vandaag de dag nog steeds. Moderne vissers slepen complete bergingen aan materiaal mee naar de waterkant: elektronische beetmelders, voerboten, fishfinders en spullen waarvan ik de functie niet eens begrijp. Ik houd het liever wat eenvoudiger. Mijn vader ving vis zonder al die moderne snufjes, dus waarom zou ik het moeilijker maken?

En eerlijk gezegd: het werkt nog steeds. Nou ja... meestal. Er zijn ook dagen dat de vissen duidelijk een vrije dag hebben genomen. Dan kom ik thuis met precies hetzelfde aantal vissen als waarmee ik vertrokken ben, maar wel met een frisse neus, een leeg hoofd en weer een paar mooie verhalen.

Want uiteindelijk gaat vissen niet alleen om het vangen van vis. Het gaat om de rust, de natuur, de herinneringen aan vroeger en natuurlijk om de mogelijkheid om een klein visje thuis te beschrijven alsof je zojuist Moby Dick hebt binnengehaald.

 

Kampioen vissen in De Kluft

In de jaren 2017, 2019, 2022 en 2024 mocht ik mij kampioen vissen noemen van Recreatiecentrum De Kluft.

IMG 20220812 WA0000

Elk jaar wordt er gevist in het kanaal tussen Ossenzijl en Steenwijk. Twee avonden lang proberen de deelnemers zoveel mogelijk kilo's vis te vangen. Het draait om techniek, ervaring, kennis van het water, de juiste stek, het juiste aas en... laten we vooral een belangrijke factor niet vergeten: een flinke dosis geluk.

En laat dat laatste nu net mijn specialiteit zijn. Vier keer wist ik het kampioenschap binnen te halen. Sommigen noemen dat vakmanschap, anderen beweren dat ik gewoon de gelukkigste visser van het gezelschap was. Zelf houd ik het maar ergens in het midden. Tijdens zo'n wedstrijd zie je van alles gebeuren. De ene visser arriveert met genoeg materiaal om een complete hengelsportzaak te beginnen, terwijl een ander met een emmer, een stoel en een hengel denkt dat het ook wel goed komt. Uiteindelijk bepalen de vissen wie er gelijk krijgt.WimBijDeSchermermolen

Dat ik vier keer kampioen werd, betekent overigens niet dat ik een fluisteraar van vissen ben. Er zijn ook wedstrijden geweest waarop de vissen mijn aanwezigheid volledig negeerden. Kennelijk hadden ze toen een vergadering of een vrije avond. 

Toch kijk ik met veel plezier terug op deze kampioenschappen. Niet alleen vanwege de bekers of de eer, maar vooral vanwege de gezelligheid, de verhalen aan de waterkant en de gezonde rivaliteit tussen de deelnemers.

En eerlijk is eerlijk: als je vier keer kampioen wordt, mag je best even genieten van de gedachte dat de vissen jou blijkbaar nét iets aardiger vonden dan de rest.

 

 

De evolutie van een sportvisser

In mijn werkkamer staan enkele van mijn veroverde trofeeën uitgestald. Niet omdat ik zo graag opschep natuurlijk, maar het zou zonde zijn om al dat blinkende eremetaal in een doos op zolder te laten verstoffen. Bovendien herinnert het mij eraan dat de vissen niet altijd hebben gewonnen.

Zoals veel vissers ben ik ooit eenvoudig begonnen. Jarenlang deed ik het met een viskrukje en een tuinstoel. Niet bepaald ergonomisch verantwoord, maar ach, vroeger waren we jong, soepel en wisten we niet beter.

Na verloop van tijd vond ik dat het allemaal wat professioneler mocht. Daarom schafte ik een Cresta-stoel aan. Maar ja, standaard was natuurlijk niet goed genoeg. Dus werd er driftig geknutseld, geboord, geschroefd en aangepast. Voor ik het wist had ik er een frontbar, aasbox en tafel aan gebouwd. Het resultaat leek nog het meest op een kruising tussen een vissersstoel, een Zwitsers zakmes en een klein ruimtestation.

Bij het vissen aan de Zaan bleek echter dat deze constructie niet altijd even praktisch was. Soms was ik langer bezig met het opbouwen van mijn visplek dan met het daadwerkelijke vissen. Dat kon natuurlijk niet de bedoeling zijn.

Dus werd er opnieuw geïnvesteerd en kwam er een Rive-zitkist. Voor niet-vissers: dat is ongeveer de Rolls-Royce onder de visstoelen. Voor vissers: een prachtig stuk gereedschap waar je stiekem trotser op bent dan op sommige meubels in huis.

Daar bleef het niet bij. Ook de opslagruimte in de technische ruimte van mijn appartement begon langzaam maar zeker uit zijn voegen te barsten. Hengels, netten, emmers, zitkisten, aasdozen en allerlei onmisbare spullen waarvan je pas thuis ontdekt dat je ze toch niet nodig had gehad.

Dus moest ook daar het nodige worden aangepast. Het begon met een plankje, daarna kwam er een kastje bij, vervolgens nog een rek en voor ik het wist had ik een opslagruimte waar menig hengelsportwinkel jaloers op zou zijn.

Mijn vrouw noemt het soms een verzameling. Ik noem het zorgvuldig opgebouwde vislogistiek.

En eerlijk gezegd: als ik morgen een nieuwe hengel zie die ik absoluut niet nodig heb, dan weet ik vrijwel zeker dat er binnenkort weer een aanpassing aan de opslagruimte noodzakelijk is.

De Zaan en de oever bij De Halm

Vis in de hand

 

Vissen in de Zaan naast De Halm

Een heerlijke visdag aan de Zaan, samen met mijn vaste vismaat en goede vriend Hennie Dijkgraaf.

Zoals altijd begonnen we vol vertrouwen aan de waterkant. De hengels werden opgetuigd, het aas lag klaar en de grote verhalen over de vangsten van vorige keer werden nog eens uitgebreid besproken. Dat hoort nu eenmaal bij vissen; soms duurt het vertellen van de vangsten langer dan het vangen zelf.

De vissen werkten gelukkig goed mee. We vingen een paar prachtige, strijdlustige brasems die zich gedroegen alsof ze auditie deden voor een natuurfilm. Daarnaast kwamen er flink wat voorns en blieken boven water. Alsof dat nog niet genoeg was, meldde zich ook een verrassende gast: een mini-snoekbaarsje.

Zo'n klein snoekbaarsje zorgt altijd voor enthousiasme. Al was het visje waarschijnlijk zelf iets minder enthousiast over onze ontmoeting.

Het leuke van samen vissen is dat Hennie en ik vaak met verschillende technieken vissen. Daardoor ontstaat er altijd een gezonde competitie. Niet officieel natuurlijk, maar we houden allebei verdacht goed bij wie de meeste en de grootste vissen vangt.

Regelmatig hoor je dan opmerkingen als:
"Dat was een mooie vis..."
of:
"Ja, maar die van mij was toch nét iets groter."

Gelukkig zijn er nooit onafhankelijke getuigen aanwezig om dat te controleren.

Maar uiteindelijk gaat zo'n visdag niet alleen om de vangst. Het gaat om de gezelligheid, het samen genieten van het water, het uitwisselen van ervaringen en natuurlijk het oplossen van alle wereldproblemen tussen twee dobbers door.

Kortom: een prachtige dag met mooi weer, leuke vangsten, veel gelach en goed gezelschap. Wat wil een sportvisser nog meer? Nou ja... misschien een brasem van tien kilo, maar je kunt niet alles hebben. 

    

55+ Vissen met Hengelsportvereniging Kennemerland

Een aantal jaren geleden werd ik gebeld door Kees, een oud-collega uit de tijd van de NZH en Connexxion. Zijn vraag was eenvoudig:

"Wil jij misschien meedoen aan de 55+ competitie van Hengelsportvereniging Kennemerland?"

Na een periode van diep nadenken, zorgvuldig afwegen van de voor- en nadelen en ongeveer drie seconden beraad, antwoordde ik: "Ja hoor."

Dat simpele antwoord had direct gevolgen. Voor ik het wist was ik lid van nóg een hengelsportvereniging. Blijkbaar is het bij vissers net als bij postzegelverzamelaars: één vereniging is nooit genoeg.

Al snel ontdekte ik dat bij de 55+ wedstrijden niet alleen de visvangst belangrijk is. Sterker nog, soms lijkt het alsof de gezelligheid belangrijker is dan het aantal gevangen vissen. En dat is maar goed ook.

Mijn eerste wedstrijd was meteen een bijzondere ervaring. Er werd gevist om de prestigieuze Many Kanonbokaal in "Het Stet" bij Limmen. Een prachtig water, al hadden de vissen daar kennelijk besloten om die dag collectief verlof op te nemen.

Met 13 deelnemers werden er in totaal 5 vissen gevangen. Dat betekent dat de meeste vissers, waaronder ondergetekende, met een fraaie nulvangst naar huis gingen.

Normaal gesproken spreek je bij een viswedstrijd over de winnaars. Hier konden we beter praten over de verliezers die nét iets minder verloren hadden dan de rest.

Tijdens zo'n wedstrijd zie je de meest bijzondere taferelen. Dertien ervaren vissers zitten urenlang geconcentreerd naar hun dobber te kijken, terwijl er onder water waarschijnlijk vijf vissen liggen te schaterlachen.

Toch was het een geweldige dag. Er werd gelachen, gekletst, koffie gedronken en natuurlijk uitvoerig besproken waarom de vissen vandaag niet wilden meewerken. Dat laatste is een belangrijk onderdeel van de hengelsport. Een visser heeft immers altijd een verklaring paraat: verkeerde wind, verkeerde luchtdruk, verkeerde maanstand of simpelweg vissen met een slecht humeur.

Sindsdien heb ik aan heel wat 55+ wedstrijden deelgenomen. Soms vang je veel, soms weinig en soms helemaal niets. Maar één ding is zeker: je gaat altijd met een mooi verhaal naar huis.

En uiteindelijk draait het daar toch om. Want een goede visdag wordt niet alleen bepaald door wat er in het net zit, maar vooral door de mensen die naast je aan de waterkant zitten.

 "De grootste vangst van de dag zit niet altijd in het leefnet, maar vaak aan de waterkant."
"Wij zijn niet oud, we zijn ervaren. De vissen weten dat inmiddels ook."